Wet Werk en Zekerheid

De Wet Werk Zekerheid van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is op 10 juni 2014 met ruime steun van de VVD, PvdA, D66, CDA, SGP, GroenLinks en de CU, in de Eerste Kamer aangenomen. De kern van deze wet is dat mensen met een tijdelijk contract vanaf januari 2015 meer rechten hebben, zowel vaste als tijdelijke werknemers krijgen bij ontslag een vergoeding, en de WW richt zich meer op het snel vinden van werk.

Wijzigingen per 1 januari 2015:
– Er mag geen proeftijd meer worden opgenomen in een contract van een half jaar of korter. De huidige proeftijdregeling
blijft van toepassing op arbeidsovereenkomsten die tot stand zijn gekomen vóór 1 januari 2015.
– Bij tijdelijke contracte van zes maanden of langer geldt een aanzegtermijn van één maand. Is de werkgever te laat, dan    heeft de werknemer recht op een vergoeding. Is de werkgever korter dan één maand te laat, dan wordt de vergoeding
naar rato berekend.
– Alleen bij bijzondere omstandigheden is een concurrentiebeding nog mogelijk bij tijdelijke contracten.
– Bij oproepcontracten blijft de uitsluiting van loondoorbetalingsverplichting mogelijk gedrurende de eerste zes maanden
van de arbeidsovereenkomst. Deze periode is in principe niet per cao te verlengen.

Wijzigingen per 1 juli 2015:
– Werknemers met tijdelijke contracten kunnen na twee jaar al aanspraak maken op een vast contract. Dit is nu drie jaar.
Het is nog wel mogelijk om drie tijdelijk contracten aan te bieden. De periode tussen twee contracten om de keten te    doorbreken, wordt zes maanden in plaats van drie maanden.
– Bij ontslag is er nog maar één weg. Deze weg hangt af van het soort ontslag. Bedrijfeconomisch ontslag en ontslag
door langdurige arbeidsongeschiktheid lopen standaard via het UWV. Andere redenen voor het ontbinden van een    arbeidsovereenkomst gaan via de kantonrechter.
– Iedere werknemer die twee jaar of langer in dienst is geweest en wordt ontslagen,heeft na 1 juli 2015 recht op een    transitievergoeding. Dit geldt ook voor   werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet wordt    verlengd.
– De transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaar dat uw   medewerker bij u in dienst is geweest:
* de vergoeding bedraagt 1/3e maandsalaris per jaar voor dienstverbanden korter dan 10 jaar.
* Heeft u medewerker   langer   dan 10 jaar bij u gewerkt, dan krijgt hij vanaf het 10e dienstjaar een vergoeding van
1/2e  maandsalaris per dienstjaar.
* Is   uw medewerker 50 jaar of   ouder? En heeft deze medewerker langer dan 10 jaar bij u gewerkt? Dan heeft hij
vanaf het 10e   dienstjaar recht op een vergoeding van 1 maandsalaris per   dienstjaar. Let op! Deze regeling geldt
niet als u minder dan 25   werknemers in dienst heeft.
De transitievergoeding komt te vervallen:
* als het ontslag het   gevolg is van ernstig   verwijtbaar handelen of nalaten van uw medewerker
* als de mederwerker jonger dan 18 is en maximaal 12 uur werkt. Ook  niet als uw medewerker inmiddels 18 is en u
hem ontslaat.
* wanneer de medewerker de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
* bij uw faillissement, uw surseance van betaling of als u in de schuldsanering zit.

Wijzigingen per 1 januari 2016:
– De maximale duur van de ww bij werkloosheid gaat van 1 januari 2016 tot 2019 stapje voor stapje terug van 38 naar 24 maanden. In de CAO kunnen werkgevers en werknemers afspraken maken om de ww-uitkeringen na 24 maanden – tot 38 maanden – zelf uit te betalen.