Het pensioen in eigen beheer steeds minder gebruikt

De afgelopen jaren is het pensioen in eigen beheer door de belastingdienst steeds minder aantrekkelijk gemaakt. Met als gevolg dat het pensioen in eigen beheer nauwelijks nog wordt toegepast.

Nadelen van pensioen in eigen beheer
Aan het pensioen in eigen beheer kleven dan ook een aantal nadelen. Een dividenduitkering kan alleen gebeuren als er binnen de BV voldoende dekking is en er zijn diverse waarderingsgrondslagen zoals fiscaal en commercieel. Daarnaast is er ieder jaar een actuariële berekening nodig. Staatsecretaris van Financiën Wiebes heeft alternatieven voorgesteld voor het pensioen in eigen beheer. Eén daarvan is het zogenoemde oudedagssparen in eigen beheer (OSEB).

Uitgangspunten voor de OSEB-regeling
De uitgangspunten voor de OSEB-regeling zijn:
– Het moet simpeler worden
– De commerciële en fiscale waarde zijn hetzelfde (‘het potje is wat het is’)
– Eigen middelen moeten beschikbaar blijven voor de onderneming
– OSEB is een soort beschikbare premieregeling voor de ondernemer zelf

OSEB nieuwe spaarvorm voor de DGA
Zoals het er nu naar uitziet wordt OSEB de nieuwe vorm voor de directeur-grootaandeelhouder om te sparen voor later.
Dat heeft ook de voorkeur van staatssecretaris Wiebes: hij zet overduidelijk in op OSEB als alternatief voor het pensioen in eigen beheer. Hij ziet graag dat een zo groot mogelijk deel van de DGA’s het opgebouwde pensioen in eigen beheer omzet naar het oudedagssparen in eigen beheer.

Hoe ziet OSEB er in de praktijk uit?
Bij het oudedagssparen in eigen beheer kan de directeur-grootaandeelhouder er voor kiezen om jaarlijks een bepaald deel van zijn loon te sparen voor de oudedag. De OSEB-spaarpot wordt jaarlijks opgerent met de marktrente. De oudedagsspaarverplichting komt op de balans en representeert de aanspraak van de DGA. De OSEB-verplichting is fiscaal en commercieel vreemd vermogen.

Volgens het regime banksparen
Ook het reeds ingegane pensioen kan de DGA omzetten naar het OSEB. Dat betekent dat de uitkering vervolgens verloopt conform het regime van banksparen. Als een uitkering dus 10 jaar heeft gelopen vanaf de 67e verjaardag van de DGA, dan mag de resterende uitkeringsduur nog 10 jaar zijn. Elk risico van langleven of renteverschil wordt uit het systeem gehaald: fiscaal en commercieel moeten immers gelijk zijn.

OSEB omzetten
Het OSEB moet op de pensioendatum of bij verkoop van de aandelen in de BV worden omgezet in een lijfrente, een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht, met een recht op jaarlijks gelijkblijvende uitkeringen gedurende 20 jaar. Dat kan bij een professionele verzekeraar, bank of beheerder van een beleggingsinstelling, of bij de eigen BV. Wordt het OSEB niet omgezet in een recht op periodieke uitkeringen, dan valt deze alsnog vrij ten gunste van de winst, met heffing van vennootschapsbelasting en 20% revisierente.