Verplicht digitaal deponeren Kamer van Koophandel

Micro- en kleine rechtspersonen moeten vanaf het boekjaar 2016 hun jaarrekening verplicht digitaal deponeren. Het is dan niet langer mogelijk om de jaarrekening op papier te deponeren. Rechtspersonen in de klasse ‘middelgroot’ zijn vanaf het boekjaar 2017 verplicht digitaal te deponeren en in de klasse ‘groot’ geldt de digitale deponering pas vanaf het boekjaar 2019.

Een rechtspersoon valt in een bepaalde klasse als de jaarrekening twee jaar achtereen aan minimaal twee van de onderstaande eisen voldoet:

Micro
Activa: lager dan € 350.000, Netto-omzet: lager dan € 700.000, Gemiddeld aantal werknemers: minder dan 10.

Klein
Activa: tussen de € 350.000 – € 6.000.000, Netto-omzet: tussen de € 700.000 – € 12.000.000, Gemiddeld aantal werknemers: tussen de 10 – 50.

Middelgroot
Activa: tussen de € 6.000.000 – € 20.000.000, Netto-omzet: tussen de € 12.000.000 – € 40.000.000, Gemiddeld aantal werknemers: tussen de 50 – 250.

Groot
Activa: hoger dan € 20.000.000, Netto-omzet: hoger dan € 40.000.000, Gemiddeld aantal werknemers: meer dan 250.

Uw jaarrekening 2016 moet uiterlijk 31 december 2017 gedeponeerd zijn. Dit is anders als alle aandeelhouders tevens bestuurder of commissaris van de bv zijn. In dat geval bedraagt de uiterste deponeringstermijn 8 november 2017.

Voorstel Lage-inkomensvoordeel (LIV) vanaf 1 januari 2017

Als uw organisatie per 2017 een werknemer in dienst heeft die het wettelijk minimumloon of net iets meer verdient, krijgt u voor hem het lage-inkomensvoordeel. Dit voordeel is een nieuwe maatregel uit het wetsvoorstel Tegemoetkomingen loondomein.

Werkgevers kunnen per 1 januari 2017 onder voorwaarden recht krijgen op het zogenoemde lage-inkomensvoordeel (LIV) als ze werknemers in dienst hebben die tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon verdienen. Dit voordeel kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar. De hoogte is afhankelijk van het gemiddelde uurloon van de werknemer.

Gemiddeld uurloon bepaalt maximale korting
Werkgevers komen in aanmerking voor het LIV als een werknemer gemiddeld tussen de 100% en de 120% van het wettelijk minimumloon per uur verdient. Binnen deze groep is een splitsing gemaakt: voor werknemers die tussen de 100% en 110% van het minimumloon verdienen, krijgt de werkgever maximaal € 2.000 per werknemer per jaar. Voor werknemers die tussen de 110% en de 120% van het minimumloon verdienen, krijgt de werkgever maximaal € 1.000 per werknemer per jaar.

Voorwaarden
Aan het LIV zijn twee aanvullende voorwaarden verbonden:
• De werknemer moet minimaal 1.248 verloonde uren hebben in het jaar waarin de werkgever het LIV wil ontvangen.
• De werknemer mag nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben.

Beoogde wijziging teruggaaf van BTW op oninbare vorderingen

Huidige wetgeving

In de huidige wetgeving ontstaat het recht op teruggaaf van BTW op het moment waarop blijkt dat een vordering niet zal worden betaald. Dit kan alleen maar worden aangetoond wanneer een curator een slotuitdelingslijst op heeft gesteld bij een faillissement of wanneer de schuldenaar een schriftelijke verklaring afgeeft dat hij de openstaande vordering niet meer zal voldoen.
Om deze BTW teruggaaf aan te vragen moet de ondernemer een apart teruggaafverzoek indienen binnen één maand na het tijdvak waarin het recht op teruggaaf ontstaat.

Voorgestelde wijziging in de wetgeving

In deze voorgestelde wijziging ontstaat het recht op teruggaaf ook op het tijdstip waarop de oninbaarheid van de vordering vast is komen te staan. Een essentiële wijziging is echter dat de fictie is opgenomen dat het recht op teruggaaf ontstaat uiterlijk één jaar na het tijdstip waarop de vordering opeisbaar is geworden.
In verband met het voorgestelde overgangsrecht zal voor vorderingen die vóór 1 januari 2017 opeisbaar zijn geworden, de termijn van één jaar starten op 1 januari 2017. Hierdoor zal voor deze vorderingen de BTW-teruggaaf pas kunnen worden verkregen op 1 januari 2018.
De tweede wijziging is dat deze teruggaaf niet meer via een apart teruggaafverzoek hoeft te worden ingediend, maar dat deze teruggaaf mag worden meegenomen in de reguliere aangifte. Indien later de vordering alsnog (gedeeltelijk) betaald wordt dan zal de ondernemer de teruggevraagde BTW van deze (gedeeltelijke) betaling weer verschuldigd zijn.

Voor de niet-betalende afnemer is opgenomen dat hij de afgetrokken, maar nog niet betaalde BTW weer verschuldigd wordt één jaar na het tijdstip van opeisbaarheid van de vergoeding. Betaald hij later de vordering alsnog, dan krijgt hij opnieuw recht op aftrek. Dit alles kan paatsvinden via de reguliere aangifte.

Pensioen in Eigen Beheer afgeschaft

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Wiebes besloten de regeling Pensioen in Eigen Beheer (PEB) af te schaffen. DGA’s kunnen de pensioenregeling op een aantrekkelijke manier afkopen of kiezen voor een spaarvariant.

Belastingkorting

De staatssecretaris komt met een wetsvoorstel waarmee DGA’s het Pensioen in Eigen Beheer kunnen afkopen met een flinke belastingkorting. Over het vrijgekomen geld hoeven zij minder inkomstenbelasting te betalen dan normaal:

– In 2017 geldt een korting van 34,5% op de grondslag
– In 2018 geldt een korting van 25,0% op de grondslag
– In 2019 geldt een korting van 19,5% op de grondslag

Spaarvariant

Voor DGA’s die de pensioenregeling niet afkopen, wordt een spaarvariant geïntroduceerd. Het geld blijft in de onderneming en de DGA houdt daarmee een reservering voor de oude dag. Belastingheffing vindt dan pas in de uitkeringsfase plaats.

Verandering bijzondere beloningen 2016

Werkgevers moeten vanaf 2016 op een andere manier belasting inhouden op bijzondere beloningen, zoals bijvoorbeeld vakantiegeld. Hierdoor valt het netto-loon anders uit dan men voorheen gewend was.

Werkgevers houden belasting in op het loon van hun werknemers en dragen deze voor hen af aan de Belastingdienst. Deze inhouding wordt de loonheffing genoemd. De inhouding van de loonheffingen gebeurt volgens bepaalde tabellen.

Als vakantiegeld of een andere bijzondere beloning in één keer wordt uitbetaald, houdt de werkgever hierop loonheffing in, net als op het maandelijkse loon.
Vanaf 2016 kan de werkgever hiervoor alleen nog de tabel bijzondere beloningen gebruiken. De tabel bijzondere beloningen houdt er nog meer rekening mee dat de arbeidskorting inkomensafhankelijk is.

De tarieven van deze tabellen zijn zodanig aangepast dat er nu ook minder verschil zit tussen de loonheffing die de werkgever inhoudt en de inkomstenbelasting die de werknemer zelf moet betalen. Zo wordt de kans kleiner dat de werknemer bij de aanslag inkomstenbelasting over 2016 moet bijbetalen.

Bij een jaarinkomen van ongeveer € 18.250 betaalt men minder belasting en krijgt men meer vakantiegeld uitbetaald.
Is het jaarinkomen hoger dan € 18.250, dan betaalt men meer belasting en krijgt men minder vakantiegeld uitbetaald.
Bijzondere beloningen

Voorbeelden van bijzondere beloningen zijn:

Vakantiegeld, 13e maand, gratificatie, bonusuitbetaling, overwerkuren, afkoop vakantiedagen, nabetalingen salaris.

Drie maatregelen voor de WGA

Per 1 januari 2017 zijn werkgevers verplicht te kiezen voor publieke verzekering of eigenrisicodragen voor hun totale WGA-lasten voor vast en tijdelijk personeel. Dit heeft een aantal gevolgen voor werkgevers.

Eén premie voor de WGA-vast en WGA-flex per 1 januari 2017
Door de samenvoeging kunnen premie-effecten ontstaan. Dit zal vooral merkbaar zijn voor middelgrote en grote werkgevers. Er zijn werkgevers die in de huidige situatie de maximumpremie betalen voor bijvoorbeeld WGA-flex en die voor bijvoorbeeld de WGA-vast een premie betalen die onder het maximum ligt. Doordat vanaf 2017 de maximumpremie gaat gelden voor de WGA-totaalpremie kan de WGA-totaalpremie voor deze werkgevers hoger worden dan de huidige optelsom van premies. Om die reden is er middels de minimum- en maximumpremie een solidariteitsprincipe in de premiesystematiek ingebouwd.

Maximumpremie uitzendsector wordt geschrapt
Bij de invoering van de Wet BEZAVA (Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters) is er voor de uitzendsector een hogere maximumpremie voor de WGA-flex vastgesteld. Uit analyses blijkt dat de aparte premiegrens van de uitzendsector niet meer relevant is na de samenvoeging van de WGA-vast en WGA-flex. Daarom wordt de hogere maximumpremie voor de uitzendsector met ingang van 2017 geschrapt.

Aanvraag eigenrisicodrager voor 1 oktober 2016 indienen
Om in aanmerking te komen voor eigenrisicodragerschap moeten werkgevers een schriftelijke garantie aan de Belastingdienst overleggen waaruit blijkt dat een bank of een verzekeraar garant staat voor eventuele door de werkgever niet nagekomen verplichtingen. Omdat werkgevers tot en met 2016 alleen eigenrisicodrager konden worden voor de WGA-vast, hebben zij tot nu ook alleen een garantieverklaring overlegd voor dit risico. Voor werkgevers die vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager zijn of blijven, geldt dat zij eigenrisicodrager zijn voor hun gehele WGA-risico. Daarom moeten alle werkgevers die vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden of blijven één garantieverklaring het gehele WGA-risico overleggen die is ondertekend door één garantsteller en die het gehele WGA-risico dekt. Deze garantieverklaring moet uiterlijk 1 oktober 2016 worden ingediend bij de Belastingdienst.

Gevolgen voor artiestenregeling bij afschaffen VAR

Voor veel artiesten is overduidelijk geen sprake van een dienstbetrekking. Op artiesten die geen dienstbetrekking hebben, is nu nog de artiestenregeling van toepassing, tenzij de artiest gebruikmaakt van een VAR-wuo of VAR-dga. Het komt vaak voor dat deze VAR wordt bijgesloten bij de mail waarmee ook de factuur wordt gestuurd.

Artiestenregeling niet toepassen

Na afschaffing van de VAR kan een artiest nog eenvoudiger dan nu ervoor zorgen dat de artiestenregeling niet van toepassing is. In plaats van het opsturen van een VAR kan de artiest schriftelijk, bijvoorbeeld per mail, met zijn opdrachtgever afspreken dat de artiestenregeling niet wordt toegepast. Deze afspraak kan ook na afloop van het optreden tegelijk met het sturen van de factuur worden gemaakt. De artiest hoeft dus geen VAR meer aan te vragen waardoor zijn administratieve lasten dalen.

Echte dienstbetrekking?

Het kan ook voorkomen dat een artiest erover twijfelt of er mogelijk sprake is van een echte dienstbetrekking. Voor die gevallen bieden de twee op Belastingdienst.nl gepubliceerde voorbeeldovereenkomsten voor artiesten (artiest individueel en artiestengezelschap ) uitkomst. Het uitsluiten van de artiestenregeling maakt deel uit van die overeenkomsten. Het is niet verplicht om een model- of voorbeeldovereenkomst te gebruiken.

In gemeenschap van goederen trouwen niet meer de standaard

De Tweede Kamer heeft op 19 april 2016 ingestemd met het wetsvoorstel beperking gemeenschap van goederen. In dit voorstel stellen PvdA, VVD en D66 voor de wet zo te veranderen dat trouwen in beperkte gemeenschap van goederen de standaard wordt.

Op deze manier delen gehuwden alleen de inkomsten en schulden die tijdens het huwelijk worden verkregen of gemaakt. Eigen gespaard vermogen, giften en erfenissen blijven automatisch bij de oorspronkelijke eigenaar.

Nederland is een van de weinige landen waar nog in algehele gemeenschap van goederen wordt getrouwd, wanneer men het niet op een andere manier regelt.

Zwart geld aangeven wordt duurder vanaf 1 juli 2016

De boete voor het aangeven van zwart geld wordt per 1 juli 2016 verdubbeld door staatssecretaris Wiebes.

De boete voor het aangeven is nu nog 60%. Na 1 juli 2016 gaat de boete voor het spontaan melden van verborgen buitenlands vermogen flink omhoog, namelijk naar 120%. Dit komt bovenop de belastingschuld. Van inkeren is sprake als iemand op eigen initiatief én voordat de Belastingdienst op het spoor is van het verzwegen vermogen zich aanmeldt.

Hogere boete als de belastingdienst het geld ontdekt

Als de fiscus het zwarte geld ontdekt , is de boete nog veel hoger! Dan moet de zwartspaarder maximaal 300% boete betalen. Dit komt ook weer bovenop de te betalen belasting over het ontdekte vermogen. De belasting over het zwarte geld kan door de inspecteur tot 12 jaar worden nagevorderd.